Soefi’s streven naar de ontwikkeling van bepaalde kwaliteiten, die ons waarlijk menselijker maken. Deze kwaliteiten houden verband met de zuivering van het zelf en het hart, ethisch bewustzijn en handelen, doen wat juist is (ihsan), dichter bij God komen, innerlijke kennis of intuïtie ontwikkelen (ma’rifat), opgaan in God (fana’) en bestaan in God (baqa’).
Transformatie naar een menselijker en gewetensvoller persoon komt hiermee centraal te staan. Het karakter van de zoeker wordt ontwikkeld door middel van spirituele training.
Mensen hebben naast de geest nog andere centra van bewustzijn. Deze centra kunnen, dankzij God, zich ontwikkelen tot innerlijke vermogens voor het verwerven van kennis. Het voornaamste van deze centra is het hart. Door het proces van het zuiveren en ‘polijsten’ van het hart wordt het hart een spiegel die het licht van de Waarheid kan reflecteren.
De voorbereidende methoden van de School of Sufi Teaching zijn ontworpen om de zoeker met al deze centra (of lataif) te verbinden, te beginnen met het hart. Door het activeren, verhelderen en verfijnen van iemands hartbewustzijn kan een diep niveau van intuïtief begrip en realisatie worden bereikt.




